Mensenhandel - online puzzels

Online puzzel Mensenhandel

Mensenhandel is onder andere het werven, vervoeren of verhandelen van mensen tegen hun wil met als doel seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting of een andere vorm van uitbuiting. Dit is meestal geen mensensmokkel, dat wél op verzoek van de gesmokkelden gebeurt.

Termen zoals ‘mensenhandel’ ontstonden in de periode circa 1877-1900, in diverse West-Europese talen. Er bleek echter direct onenigheid over wat die termen precies (moeten) betekenen, en die onenigheid duurt tot op vandaag voort.

De twee uitersten, in het zeer grote scala aan ooit voorgestelde betekenissen, zijn: (a) alles wat ertoe bijdraagt dat iemand prostituee wordt, is ‘mensenhandel’; (b) iemand door dwang of misleiding brengen tot prostitutie, is ‘mensenhandel’.

Definities

1877-1916: spraakverwarring

Terwijl in Engeland, Nederland, Frankrijk, misschien ook andere westerse landen, campagnes actief waren of ontstonden om bordelen en/of prostitutie af te schaffen of te verbieden,

kozen antiprostitutiekringen rond 1880 voor de ‘levering’ van prostituees aan, of bemiddeling van prostituees voor, bordelen, de term la traite des blanches (‘handel in blanke vrouwen’), suggererend dat zulke bemiddeling/levering doorgaans betaalde levering door rekruteringsagenten was, en de betreffende vrouwen “moderne slavinnen” waren.

Daarmee was de spraakverwarring geboren: men kon termen zoals 'handel in blanke vrouwen' opvatten als kritiek op slavernij, of als kritiek op prostitutie.

In de periode van 1877 tot 1916 zijn in westerse landen al minstens tien, soms sterk verschillende, betekenissen te vinden voor dit soort termen, te verdelen in drie groepen:

groep (A) (‘wij zijn tegen prostitutie’):bemiddelen van een prostituee voor, of leveren van een prostituee aan, een bordeel (1882, ‘la traite des blanches’)

werven voor werk als prostituee (1895, ‘la traite des blanches’)

beroepsmatig een vrouw werven voor beroepsmatige ontucht (1900,’Mädchenhandel’)

iedere daad, bedoeld om prostitutiewerk van een andere persoon te bevorderen (1911,’vrouwenhandel’)

een vrouw werven voor of uitbaten in prostitutie (1916,’ white slave traffic’)

een vrouw werven voor de losbandigheid in het buitenland (1904, ’la traite des blanches’; 1907,’handel in vrouwen en meisjes’)groep (B) (‘wij zijn tegen dwang en misleiding’):een minderjarige ontvoeren om haar dan te dwingen tot prostitutie (1880,’traffic in girls for the purposes of prostitution’)

een vrouw door misleiding werven voor werk als prostituee (1900, ’blanke slavinnenhandel’)

een vrouw door dwang of bedrog werven voor losbandigheid (1899, ’white slave traffic’)groep (C) (een optelsom van handelingen, laakbaar geacht volgens gedachte (A), en handelingen, laakbaar geacht volgens gedachte (B)):een minderjarige werven voor de losbandigheid, of een meerderjarige door dwang africhten of ontvoeren voor, of door bedrog werven voor, de losbandigheid (1910, ’la traite des blanches’) 1912,’de zoogenaamde handel in vrouwen en meisjes’

1926-1981: verwarring in Nederland

Af en toe bleek een Nederlandse rechter of geleerde het oneens met de regeringsdefinitie van 1911 van vrouwenhandel (zie vorige paragraaf, definitie (A) 4).

In 1926 meende de Hoge Raad dat “in een toestand van afhankelijkheid brengen” noodzakelijk bestanddeel was van [strafbare] vrouwenhandel.

Het Gerechtshof Amsterdam sprak dat in 1927 weer tegen.